CO2 Neutral Shipping Across Europe!
Ga naar verlanglijst Verlanglijst

Winkelwagen

Je winkelwagen is momenteel leeg

Sailors for sustainability over de voorbereidingen van hun zeiltocht rond de wereld: ‘wat je niet bij je hebt, kan ook niet kapot gaan’

  • Geplaatst op
  • Door Xanthe Vermeiden
Sailors for sustainability over de voorbereidingen van hun zeiltocht rond de wereld: ‘wat je niet bij je hebt, kan ook niet kapot gaan’

copyright alle foto's Sailors for Sustainability

Ivar Smits (rechts op de foto) en Floris van Hees zeggen na een jarenlange voorbereiding in 2016 hun banen op voor een zeilreis rond de wereld op zoek naar duurzame oplossingen. Hun missie: positieve voorbeelden documenteren die een ecologisch houdbare en sociaal rechtvaardige samenleving dichterbij brengen.

Inmiddels zijn ze 29 landen, 41.500 mijl en 60 duurzame oplossingen verder: maak kennis met de Sailors for Sustainability. In dit interview vertellen zij alles over hun voorbereiding en het onderhoud waar je als vertrekker mee te maken mee krijgt. Hoe kom je aan een lasser in Zuid-Afrika? Hoe bepaal je wanneer je groot onderhoud gaat doen? Wat neem je mee?

Op een gegeven moment moet je besloten hebben om echt het roer om te gooien. Hoe hebben jullie dat gedurfd? Wat was het kantelpunt dat je dacht: ja, dit gaan we doen?

“We zijn vertrokken toen de boot klaar was”, begint Ivar lachend. “Ik ben opgegroeid met zeilen, en de wereld rond zeilen was altijd al een droom van me. Ik zocht een stevig stalen schip waarmee ik naar alle mogelijke vaargebieden zou kunnen zeilen. In 2004 werd ik op slag verliefd op Lucipara 2, een klassieke kits, en kocht haar. Het opknapwerk bleek veel meer werk dan gedacht, en ik kreeg gelukkig veel hulp van familie en vrienden. Toen ik Floris leerde kennen heeft hij ook heel hard meegeholpen. Tussen de klusprojecten door hebben we ook veel gezeild en zo werd een zeilreis een gedeelde droom. Zodra de boot klaar was wilden we natuurlijk heel graag gaan zeilen. We hadden toen ook allebei een goede baan maar dachten: we dragen niet genoeg bij aan de maatschappij. Wat kunnen we meer doen, iets waar de volgende generaties ook iets aan hebben?”

 

“Tijdens het klussen en voorbereiden ontstond langzaam maar zeker het idee om zo’n wereldreis te combineren met een promotietour voor duurzaamheid”, vult Floris aan. “Omdat we als zeilers van de wind gebruik maken, is een zeilboot best een duurzaam transportmiddel. Het gaat ook redelijk langzaam, slow travel noemen we dat. We hebben dus ook de tijd genomen, door onze baan op te zeggen om jarenlang op pad te gaan. Op die manier wilden we ook geld besparen door zoveel mogelijk van de wind gebruik te maken. Low cost living wilden we in de praktijk brengen en zelf kijken hoe dat zou bevallen.”

 

Ivar brengt het gesprek weer terug op het klussen: “Het heeft in totaal meer dan 10 jaar geduurd om de boot op te knappen. Niet fulltime gelukkig, maar toch. We hebben ook hulp gehad van vakmensen. Het was verder erg handig dat vrienden van ons een paar jaar voor ons met hun stalen boot over de wereld zijn gaan reizen. Ze konden ons vertellen waar ze tegenaan liepen en hebben onderweg best veel moeten repareren en verbeteren.

 

Wat hebben jullie dan bijvoorbeeld gedaan aan klussen?

“Lucipara 2 is een stalen zeilboot uit 1965”, begint Ivar. “Er lag een teakhouten dek bovenop het stalen dek. Die vrienden van ons hadden precies hetzelfde en dat is gaan lekken tijdens hun reis. Toen moesten ze onderweg dat teak eraf halen en het staalwerk eronder repareren. Wij dachten: laten we dat van tevoren fixen. We hebben ons hele teakdek verwijderd en alle roest weggehaald. Daarna hebben we het dek laten zandstralen en opnieuw verven. Zo ging het steeds verder, onder het mom van: ‘we zijn nu toch al bezig, laten we het nu maar in een keer goed doen.’ Op die manier hebben we het hele interieur in delen verbouwd. We konden toen de romp van binnen heel goed isoleren! Ook hebben we de zeilen vervangen, de lieren, de navigatie-apparatuur, en nog veel meer.”

 

“Zo hoopten we zoveel mogelijk al vantevoren goed te doen om onderweg minder reparaties en onderhoud te hebben”, vult Floris aan. “Wij hebben ook gekozen om een heleboel dingen niet te willen: als je iets niet hebt, kan het ook niet kapot gaan. Wij hebben bijvoorbeeld geen generator, geen vrieskist, geen elektrische lieren en geen airconditioning.

 

Dat klinkt misschien als Nederlander vanzelfsprekend, maar als je rondkijkt wat er zoal op de gemiddelde ankerplaats bij mensen aan boord staat sta je versteld van wat mensen allemaal mee hebben. We hebben geen grote bijboot en ook geen bijbehorende buitenboordmotor die op benzine loopt. Als zo’n buitenboordmotor kapot gaat, kan het lang duren voordat je de juiste onderdelen hebt om het te repareren. Dat is echt zonde van je tijd natuurlijk. We hebben dus echt geprobeerd om zo min mogelijk spullen aan boord te hebben.”.

 

Geen bijboot, wel een kayak.

 

Dus de eerste tip voor vertrekkers is: neem alleen het essentiële mee. Wat kunnen jullie verder aanraden?

“Hoe langer iets meegaat, hoe duurzamer”, vervolgt Ivar. “Als je een stalen schip uit ’65 opknapt verleng je haar levensduur natuurlijk behoorlijk. Voor de verf van de romp had ik nog oude ééncomponentenverf staan. Ik was zuinig en dacht hoppa, we smeren het er gewoon op. Vijf jaar later was alles afgebladderd in de zon. In Nieuw-Zeeland hebben we toen de hele romp opnieuw moeten schilderen omdat we dus niet een goed tweecomponenten verfsysteem hadden gekozen. Dat was wel weer echt een leerpuntje.”

 

Floris noemt een ander voorbeeld. “Toen we vertrokken vanuit Nederland hadden we een elektrische autopilot, maar die was niet zo betrouwbaar. We gebruikten hem niet zo vaak omdat we ook een windvaanstuurinrichting hebben. Die stuurt de boot op enkel de kracht van de wind. Je stelt het windvaanblad in op de hoek van de wind en als de boot van koers verandert, dan drukt dat blad via een mooi mechaniek het roer en de boot de goeie kant op. Het gebruikt dus geen elektriciteit. Maar als er écht heel weinig wind is dan doet ie het niet goed, en dan heb je toch echt wel veel aan een elektrische autopilot. Pas in Nieuw-Zeeland hebben we het hele systeem echt goed werkend gekregen, dat hadden we dus veel eerder moeten doen!”

 

 

Hebben jullie een bepaalde werkwijze voor onderhoud? Hoe plan je zoiets?

Floris steekt als eerste van wal. “Er zijn standaard dingen die we op routinebasis vervangen. Bijvoorbeeld de verstaging, die elke 15 jaar vervangen dient te worden vanuit de verzekeraar. En bijvoorbeeld  motoronderhoud, de fabrikant beveelt een aantal draaiuren aan wanneer de olie ververst moet worden. Van de bekende dingen houden we een lijstje bij. Reddingsvlot keuren en brandblussers checken staat daar ook op.”

 

“Verder hebben we gepland onderhoud”, vervolgt Ivar. “We weten vantevoren dat we op plekken komen waar goede faciliteiten zijn, zoals bijvoorbeeld Nieuw-Zeeland. Daar zijn we uitgebreid uit het water geweest en hebben we allerlei goede leveranciers kunnen vinden die onderdelen hadden. Dit soort plekken zijn heel handig, dat kan echt niet overal. Op internet kun je heel veel informatie vinden over dit soort plekken en van andere zeilers hoor je ook veel. De Canarische eilanden staan ook bekend als een plek die goed is voor onderhoud. Op Tenerife hebben we in ons tweede jaar ook onderhoud gedaan. Nu de boot in Zuid-Afrika ligt, komen we er achter dat daar ook veel te regelen is.”

 

“Ook hebben we een serieuze hoeveelheid reserveonderdelen bij ons”, vertelt hij verder. “Installaties waarvan we weten dat reserveonderdelen moeilijk verkrijgbaar zijn, daar ligt gewoon wat extra van aan boord. We hebben een watermaker van een Italiaans merk en daar hebben we bijvoorbeeld veel reserve filters van meegenomen. Dat is misschien ook een tip: Je weet dat alles kapot gaat, de vraag is alleen: wanneer? Wees echt kritisch op wat je meeneemt. Als het even kan, laat het thuis. Als je het niet bij je hebt, gaat het ook niet stuk. En als je er dan wel voor kiest om iets mee te nemen, denk dan goed na over welke onderdelen specifiek zijn voor dat ding. Gegarandeerd zijn ze niet te verkrijgen op locatie, dus neem lekker die reserveonderdelen mee.”

 

Even een stap terug: maak keuzes over wat je wel en niet meeneemt, vult Floris aan. “Als je vertrekt, dan is dat een keuze voor een ander soort leven. Een simpeler leven. Als je denkt aan een simpeler bestaan, dan valt er best veel te ontspullen. Wat mij betreft zijn veel apparaten zoals een magnetron, gewoon niet per se nodig. Het escaleert ook altijd: al die apparaten met stekkers. Als je veel apparaten met stekkers hebt, dan kom je erachter dat die energie vreten. Dat kan je niet opwekken met wat zonnepanelen. Dan moet je een generator installeren. Zo wordt het allemaal steeds groter.”

 

Ivar vervolgt: “We hebben bijvoorbeeld geen espressoapparaat, wel een thermoskan met filterhouder. Ouderwets maar lekkere koffie. Nu moet ik wel bekennen, we hebben wel één stekkerapparaat: een staafmixer. Handig voor soepen en smoothies! Verder proberen we alleen spullen mee te nemen die van hoge kwaliteit zijn. Dat valt niet bepaald mee. Ik zou soms tegen fabrikanten willen zeggen: ga eens met je eigen spullen op reis om te zien hoe lang het heel blijft.”

 

 

Voor mensen die zich dat afvragen: hoe kom je aan een lasser op locatie? Nog meer tips behalve met anderen praten en google?

“Ja, er is een soort Wikipedia voor zeilers: noonsite. Mensen kunnen hun ervaringen delen bij bijvoorbeeld een bepaalde marina. Er staat echt van alles op: van heel algemene informatie over havens en ankerplekken, tot waar je het land kan binnen komen en douaneregels. Daar staan echt hele boekwerken met nuttige achtergrondinformatie. Er zijn ook nog Facebook-groepen van zeilers in bepaalde regio’s. Daar kun je gewoon vragen: ik ga daar en daar naartoe, weten jullie iemand die daar kan lassen? We hebben daar hele goede ervaringen mee, de meeste zeilers helpen elkaar”, antwoord Floris.

 

 

Hoe maak je een planning voor de reis als je meer dan een jaar gaat varen?

“Onze planning wordt grotendeels bepaald door het weer, afhankelijk van het vaargebied”, begint Ivar. “Wij houden rekening met orkaanseizoenen, dat betekent dat het in gedeeltes van het jaar niet veilig is om te zeilen in bepaalde vaargebieden. Daarnaast houden we de seizoenen in de gaten. Wij vonden het ook gewoon fijner om bijvoorbeeld in Noorwegen te zijn in de zomer: meer licht, langere dagen en een wat hogere temperatuur. Welk seizoen je graag waar wilt beleven, dat bepaal je natuurlijk zelf.”

 

Lucipara2 in de fjorden van Noorwegen

 

“Iedereen moet het natuurlijk zelf weten, maar onze ervaring is: bouw genoeg ruimte in je vaarplanning”, vervolgt Floris. “In anderhalf jaar rond de hele wereld zeilen, het kán maar je ziet vooral veel water. En dan is er heel weinig speelruimte als je onderhoud hebt, waarvan we net al zeiden: je gaat sowieso onderhoud krijgen. Stel, je schip is in topconditie en je zeilt anderhalf jaar. Dan hoef je bijvoorbeeld niet je verstaging te vervangen. Maar dan nog kunnen er misschien andere dingen stuk gaan door de kracht van de wind: je zeil, de giek, ik noem maar wat. Je weet nooit wat er gebeurt, je kan vastzitten en dan loopt de planning ook vast.”

 

 

Hebben jullie dat wel eens gehad, zo vast zitten?

“Met COVID zaten we vast in Frans-Polynesië”, gaat Floris verder “De landen waar we daarna naartoe zouden gaan waren allemaal dicht. We konden geen kant op. Het is werkelijk prachtig daar, met die palmbomen en helder water, maar we wilden op een gegeven moment wel meer verhalen maken en doorzeilen. We zijn er uiteindelijk 9 maanden gebleven. Daarna hebben we anderhalf jaar in Nieuw-Zeeland gezeten, Australië was nog dicht.”” Plannen schrijven we in het zand met laagwater”, vult Ivar lachend aan.

 

 

Zijn er nog plekken geweest op reis die jullie positief verbaasd hebben?

“Patagonië was echt waanzinnig gaaf”, zegt Ivar. “Het heeft eigenlijk twee kanten. De Argentijnse kant is heel droog en ook best ontoegankelijk. De Chileense kant is heel nat en heel oorspronkelijk, er wonen weinig mensen. De kanalen waar je daar dan doorheen zeilt, zijn nog hetzelfde als waar de ontdekkingsreizigers in 1800 ook voeren. Daar is niet zoveel veranderd, het is zo oorspronkelijk in tact gebleven. Dat is zo indrukwekkend, je ziet natuurlijk best vaak dat natuur door mensen verknoeid wordt maar nu zagen we juist ook hele mooie wilde plekken. Het is niet alleen maar ellende, en dat is ook wat ons drijft om dat proberen te behouden.”

 

 

What’s next?

“De boot ligt nu in Zuid-Afrika. We willen langs de Zuid-Afrikaanse kust zeilen en dan de Atlantische Oceaan oversteken. Dan willen we nog het Caribisch gebied zien en hopelijk de Amerikaanse oostkust en Canada. Als het lukt om daar dan eenmaal te zijn, moeten we even kijken of we vroeg genoeg in het seizoen zijn om via Groenland terug naar Europa te varen”, ligt Ivar de toekomstplannen toe.

 

 

Hebben jullie verder nog tips voor zeilers die ook om de wereld willen zeilen?

“Vooral gaan. Absoluut gaan. De tweede tip die ik zou geven: probeer niet te veel te willen in te korte tijd. Hoe langer je vrij kunt maken, hoe beter. Vijf jaar is beter dan twee jaar, twee jaar is beter dan één jaar en één jaar is beter dan niet gaan. Maak je vaargebied ook niet te groot. Voor je het weet ben je weer aan’t haasten terwijl het juist zo interessant is om vaak te stoppen en veel van het land te zien waar je naartoe bent gezeild”, zegt Ivar.


“Mijn volgende tip is ongelofelijk basic maar ik ga het toch zeggen: kijk naar het weer en ga pas als er goede wind is. Als je de tijd hebt kan je ook op goed weer wachten, dat is wel zo fijn en scheelt veel motoruren”, vervolgt Floris. “Iets wat ons ook heel erg heeft geholpen, is dingen zelf kunnen repareren. Zorg dat je voldoende gereedschap aan boord hebt, en volg een cursus. Wij hebben een uitgebreide EHBO cursus gedaan, en een sea survival training. Ook hebben we van een zeilmakervriend geleerd hoe een naaimachine werkt. Die  komt regelmatig erg van pas om zeilen en canvas te repareren!”

 

Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »